Wie is U?
Veranderdiagnose
Provocatief Adviseren
Trusted Advisor
Good to Great
KM - De Praktijk

Publicaties | Resencies | Good to great - Collins:

Bespreking van het boek “Good to Great” van auteur Jim Collins.
 
graphic
 
Hoe Goed (ook) voor ondernemingen de vijand van groots blijkt te zijn.
Als u bij een goede onderneming werkt, is de kans klein dat uw onderneming ooit meer zal worden dan dat: goed. Slechts weinig ‘goede’ ondernemingen maken namelijk de sprong van goed naar ‘groots’. In de traditie van onderzoekspublicaties als ‘First Break all the Rules” en “Practice what you Preach” (beide boeken zijn inmiddels ook in het Nederlands beschikbaar) heeft co-auteur van "Guilt to Last" Jim Collins er 10,5 manjaar aan besteed om emperisch vast te kunnen stellen welk onafhankelijk framewerk bepaald of een organisatie de sprong van ‘goed’ naar ‘groots’ zal maken. Of niet.. Good to Great van Jim Collins laat zien hoe de meeste management hypes onzin zijn voor degenen die ‘groots’ willen worden.

Het vliegwiel van de grootse onderneming.
Wat is ‘groots’? Collins heeft 1.435 goede ondernemingen onderzocht en vond dat er daaruit slechts 11 ‘groots’ werden. En bleven. De graadmeter die voor ‘groots’ gehanteerd werd is die van de cummulatieve aandelenopbrengst op $1 investering over een periode van minimaal 15 jaar. Grootse ondernemingen leverden vanaf hun transitie van goed naar groots tussen de 4 en 18,5 keer het gemiddeld marktrendement op hun aandelen op. Dat is groots! De vijf jaar durende studie van Collins en zijn ruim twintig medewerkers was gericht op emperische deducties op basis van directe gegevens. De queeste was te kennen wat zich in de ‘zwarte doos’ bevond die op het transitiepunt van organisaties stond. Los van branche, los van oude danwel nieuwe economie: welke ‘natuurwetten’ regeerden binnen de zwarte doos die ondernemingen de sprong deed maken. Meer nog dan wat men expliciet vond waren de bevindingen over wat men juist niet vond verbazingwekkend: geen flamboyante van extern binnengehaalde gevierde leiders; tien van de elf grootse firma’s betrokken hun CEO’s intern. Fusies en acquisities spelen vrijwel geen enkele rol. En nog meer van dit soort ontdekkingen, zoals dat grootse ondernemingen zich niet zozeer richten op ‘wat te doen’, maar evenzeer op wat niet te doen en waarmee te stoppen.

De totale dynamiek van facoren voor goede ondernemingen die groots zijn geworden heeft Collins in een framewerk weergegeven dat er als volgt uitziet:
 
graphic
Grootse leiders zijn schaars en haast onopvallend
Collins laat een vijf lagen hiërarchie in niveau van leiderschap zien op basis van een piramide. Alleen leiders van het vijfde niveau zijn in staat als CEO ondernemingen werkelijk tot grootsheid te leiden, zo blijkt uit Collins’ onderzoek. ‘Level 5’ leiders omvatten overigens alle vijf de lagen van de piramide:
graphic
Zeker binnen de context van het geheel maakt Collins, of beter gezegd: maken de grootse ondernemingen hier een sterke zaak tegen de bekende en nog steeds wijd en zijd gepropageerde ‘big ego’ CEO’s.

“In over two thirds of the comparison cases*, we noted the presence of a gargantuan personal ego that contributed to the demise or continued mediocrity of the company.”
* De 1.424 goede maar niet grootse ondernemingen. red.

Level 5 leiderschap gaat zeker niet alleen maar over nederigheid en bescheidenheid. Het gaat evenzeer over enorme besluitvaardigheid en over haast stoïcijnse vastberadenheid om te doen wat er ook maar gedaan moet worden om de onderneming groots te maken. Het gaat dus uitdrukkelijk over de combinatie van (al) deze eigenschappen. Dit is voor CEO’s, of degenen die dromen CEO te worden, misschien een goed moment om, met het Level lijstje in de hand, eens naar de spiegel te lopen… Maar zeker ook voor de zittende CEO’s om nog eens naar hun kroonprinsen en prinsessen te kijken want ook daarvan is de duurzaamheid van ‘groots’ afhankelijk.

Level 5 leaders look out the window to apportion credit to factors outside themselves when things go well. At the same time, they look in the mirror to apportion responsibility, never blaming bad luck when things go poorly.

Collins gaat, terecht, uitvoerig in op de buitengewone combinatie van eigenschappen en gedrag zoals die bij ‘grootse’ Level 5 leiders gevonden wordt. In die onverwachte combinatie van gedrag en eigenschappen ziet Collins de ironie dat de sterke animus en persoonlijke ambitie waardoor mensen vaak gedreven worden tot machtsposities in tegenspraak zijn met de nederigheid die nodig is voor een Level 5 Leider. Tel daarbij op dat raden van bestuur vaak opereren vanuit de verkeerde overtuiging dat ze een ‘larger-than-life’ en egocentrisch leider nodig hebben om een organisatie groot(s) te maken en je hebt de verklaring waarom er zo weinig echte Level 5 leiders aan de top van ondernemingen verschijnen.
Eerst de juiste mensen aan boord, en de verkeerde ván boord, en dan pas
Ook Collins en zijn team verwachtten dat de eerste stap die ondernemingen op weg van goed naar groots zouden zetten het vaststellen van een nieuwe richting zou zijn; een nieuwe visie en strategie voor de onderneming, en pas dan de stap om de juiste mensen aan die richting te verbinden en samen te laten gaan. Het bleek juist andersom!

The main point is to first get the right people on the bus (and the wrong people off the buss) before you figure out where to drive it. The second key point is the degree of sheer rigor needed in people decisions in order to take a company from good to great.

 
graphic
 
Collins zorgt er in zijn boek voortdurend voor dat de conclusies op alle mogelijke manieren zijn onderbouwd en kloppen met de data uit het onderzoek. Wie zich vooral voor de conclusies interesseert wil ik aanraden deze conclusies zeker allemaal goed op te nemen en ermee aan de slag te gaan (als uw organisatie tenminste groots wil worden). Maar zeker ook is het van belang dat de context van de conclusies, en daarmee bedoel ik zowel het onderzoek als de resultaten in al hun nuances, relaties en complexiteit, goed wordt meegenomen. Collins’ boek is in feite de kleinst mogelijke samenvatting van de conclusies uit zijn rigoureuze onderzoek. Sommige bevindingen springen daar overigens, vanuit mijn vak (HRM) geredeneerd en daarin bevestigend, nog met kop-en-schouders bovenuit:

Those who build great companies understand that the ultimate throttle on growth for any great company is not markets, or technology, or competition, or products. It is one thing above all others: the ability to get and keep enough of the right people.

Vluchten kan niet meer: de wrede feiten zijn belangrijk.
“Feiten zijn beter dan dromen” zo stelt Collins. In dat verband leverde het onderzoek zekerheid over een kenmerkend verschil in het proces van beslissingen nemen tussen goede en grootse ondernemingen (en dat verschil bleek in ieder geval niet ‘geluk’ te zijn). ‘Groots’ betekent alle brute feiten van de realiteit in beschouwing nemen. Dromen en het najagen van een visie is prima, maar de volledige en feitelijke waarheid over de realiteit dient volledig meegenomen te worden in de verdere verfijning van de weg naar die grootsheid. Geen vluchtgedrag of sociaal wenselijk buiten beschouwing laten van ongemakkelijke of onwelkome feiten hier. Alweer komt het echte leiderschap en de bijbehorende cultuur om de hoek: in grootse ondernemingen wordt er niet alleen naar mensen geluisterd maar worden ze ook echt gehoord en zal, ultiem, de hele waarheid worden gehoord. De weg naar grootsheid kent geen blauwdruk dus blijkt de kwaliteit van de reis feitelijk belangrijker dan het de bestemming... Het is immers onderweg dat het voortschrijdend inzicht alle kans moet hebben open en volledig mee te spelen.

Leading from good to great does not mean coming up with the right answers and then motivating everyone to follow your messianic vision. It means having the humility to grasp the fact that you do not yet understand enough to have the answers and then to ask the questions that will lead to the best possible insights.

Leiderschap dus door het stellen van vragen (niet door het geven van antwoorden…), door in dialoog en debat te gaan (niet door dwang) en door het plegen van ‘autopsies’ zonder zwartepieten en ‘blame games’. En voorzien in ingebouwde ‘rode vlag mechanismen’ om te zorgen dat alles altijd echt boven water en aan de orde komt.
 
Moet u een slimme vos of een egeltje zijn?
Via de bekende essay “The Hedgehog and the Fox” van Isaiah Berlin, dat weer op een Griekse parabel is gebaseerd, komt uit het onderzoek van Collins en zijn team de onvoorwaardelijke keuze voor het ‘egelschap’ naar buiten; eenvoud is groots. Niet het geïntegreerd, verspreid en diffuus ‘multi-level’denken is ‘het’ ultieme antwoord; de vos verliest dan. Collins heeft deze harde les in een eenvoudig model van drie cirkels gegoten: de ‘Three Circles of the Hedgehog Concept’:
 
graphic
 
Op het raakvlak van het begrijpen (niet plannen, willen, wensen maar begrijpen) waar de onderneming het best in kan (en niet kan) zijn; inzicht in de economische motor: wat is de onderscheidende noemer en ten derde: begrijpen wat de passie van de onderneming is (we moeten alleen dingen doen waar we gepassioneerd over kunnen worden). Op de overlapping van die drie ‘cirkels’ ligt het speelveld van de grootse onderneming. Hier is het belangrijkste woord echt ‘begrijpen’. Collins levert bij dit inzicht de structuur en de processen die door grootse ondernemingen worden gebruikt om op het raakvlak te komen en om er op te blijven: “Anything that does not fit with our Hedgehog Concept, we will not do.” Punt.
 
Vrijheid + Verantwoordelijkheid = Discipline.
graphic
 
Over de matrix...
Niets maakt een noodzakelijke combinatie van factoren zo duidelijk als een matrix, en met een knipoog naar Mintzberg is Collins in staat om pijnlijk en haarscherp aan te geven ‘what it takes to be great’. Pijnlijk omdat er, zoals ook uit juist dit onderzoek weer blijkt, heel veel organisaties wel de ambitie zullen hebben ‘groots’ te worden, maar veel moeite hebben met enerzijds het loslaten van de beheersmatige structuren en anderzijds met het invoeren van een disciplinecultuur. Niet zo verwonderlijk natuurlijk aangezien de behoefte aan het eerste juist in stand wordt gehouden door gebrek aan het tweede… Het bovenstaande plaatje, veelzeggend in al zijn simpelheid, toont het dilemma: gedisciplineerde mensen, gedisciplineerde gedachten, gedisciplineerde acties. En dit is de beschrijving van een cultuur, en niet van een tirannie! En daarbij dan een hoge ondernemersethiek.

Whereas the good-to-great companies had Level 5 leaders who built an enduring culture of discipline, the unsustained comparisons had Level 4 leaders who personally disciplined the organization through sheer force.

Technologie terug naar de juiste plek
Waarin ‘groots’ van ‘goed’ ook verschilt is de manier waarop er over technologie wordt gedacht. Kort gezegd kijkt men ‘groots’ naar technologie als het pas als relevant wordt beschouwd wanneer het past in het ‘Hedgehog Concept’:

… When used right, technology becomes an accelerator of momentum, not a creator of it. … You cannot use technology until you know which technologies are relevant. And which are those? Those –and only those—that link directly to the three intersecting circles of the Hedgehog Concept..

Technologie kan dus zeker een rol spelen in de reis van goed naar groots, maar op zichzelf zal ICT nooit een primaire oorzaak zijn voor ofwel grootsheid dan wel verval. De motivatie van grootsheid is die van diepe creatieve aandrang, een innerlijke dwang tot volledig zuiver excelleren op zichzelf. Dat staat in contrast met de ‘goede’ ondernemingen waar vooral de angst om achter te blijven de belangrijkste motivator blijkt. Het is logisch dat de plek van IT, en de motivatie achter de positionering van technologie, navenant wordt bepaald.
 
Verder nog wat?
Collins besteedt nog ruim voldoende aandacht aan de benodigde dynamiek; het framewerk model bevat immers de ronde beweging waaronder iteratie en cyclische vooruitgang is begrepen. Hoewel de ‘transitie’ van goed naar groots er van de buitenkant dramatisch, haast revolutionair uitziet voelt het van binnenuit compleet anders aan, meer als een organisch ontwikkelingsproces. De meeste grootse ondernemingen begrepen eerst in retrospectief echt welke belangrijke transformatie ze hadden doorgemaakt.

Op de belangrijke momenten onderscheidden de grootse ondernemingen zich ook van de ‘alleen maar goede’ ondernemingen door niet teveel te zwichten voor de korte termijn druk van de aandeelhouders door geduldig en met discipline het vliegwielmodel in de praktijk te brengen.

In het boek wordt voldoende uitgeweid over allerlei zaken die te maken hebben met vooral de logische vragen waartegen organisaties die grootse ambities hebben mee zullen komen. De rol (en het misleide inzetten van) acquisities, de leiders die het vliegwiel laten stoppen, en vooral ook alle zaken die reeds in het eerdere boek “Built to Last” aan de orde waren gekomen. De essentie van Built to Last is volledig meegenomen voor zover en in hoeverre dat betrekking heeft op het transformeren van “Good to Great”. Een belangrijke plaats daarbinnen wordt ingenomen door de kernideologie van grootse ondernemingen waarin diverse kenmerken zijn gevonden:

Enduring great companies don’t exist merely to deliver returns to shareholders. Indeed, in a truly great company, profits and cash flow become like blood and water to a healthy body: They are absolutely essential for life, but they are not the very point of life.

Wie wil weten wat de rol van BHAG’s is in het proces van goed naar groots (en wellicht wat een BHAG is) zal toch echt het boek in moeten duiken. Ook wie (eerst) eens even wil weten wat het onderzoek precies inhield en waarop al die mooie ‘conclusies’ feitelijk zijn gebaseerd, zal zeker niet teleurgesteld worden door het uitstekende werk van Collins en zijn team.
 
Conclusie
In de huidige turbulentie en de elkaar steeds sneller opvolgende veranderingen in maatschappij en in business zal het framewerk voor ‘groots’ binnenkort een prerekwisiet zijn om simpelweg het hoofd aan concurrenten te kunnen blijven bieden. Het onderwerp van dit boek is daarmee uitermate belangrijk en de wijze waarop zowel onderzoek als deze ‘rapportage’ zijn uitgevoerd is meer dan uitstekend. Vroeg of laat zal dit boek dan ook zeker gelezen (moeten) worden binnen organisaties die zichzelf op de lange termijn serieus willen nemen. Wat mij betreft beter vroeg dan laat…
 
Paul Jansen