Guus (de manager) De Goede Manager Whole Brain Communitas humana Top 10 van EI Het Begin van HRM Vertrouwen Interview Paul Jansen Boek 'De Elanmanager' 4D Org. Architecture Complexity Overheid 2.0 Identity Management IdM Distilled iDNA Manifest 3.1 Recensies
Download
als PDF
“To attain knowledge, add things every day. To attain wisdom,
remove things every day.”
-- Lao Tzu
|
 |
Interview met Human Capital Architect Paul Jansen:
INTERVIEW
- Naar aanleiding van
over zijn 'EQnomie Manifest'
vroegen we 'Human Capital Architect'
Paul Jansen naar zijn visie op mensen en op organisaties. We
noteerden een pittige boodschap van een controversiële
hoogvlieger die met zijn voeten stevig op de grond staat.
Wat is een Human
Capital Architect en wat is zijn vakgebied?
"Mijn vakgebied is de bezieling en het gedrag van mensen, in
het bijzonder in de werkomgeving, en iemand die zich met dat vak
bezighoudt noem ik een Human Capital Architect. Ik houd me
feitelijk bezig met wat HRM zou moeten zijn."
En
wat moet HRM dan volgens u zijn?
"Dat is kernachtig verwoord door de NVP:
'Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling';
twee begrippen die wat mij betreft elkaar overlappen en deels
uitwisselbaar zijn: een organisatie is de optelsom van 'de
bezieling en het gedrag van mensen' plus alles wat dat
ondersteunt, en HRM gaat daar over. Zaken als cultuur en
mores, leiderschapsontwikkeling, effectiviteit en efficiency,
organisatiestrategie, tevredenheid van medewerkers en klanten en
nog wel meer. En de verbanden daartussen, gerelateerd aan de
missie van de organisatie. De praktijk staat hier vaak mijlenver
vandaan. P&O-ers en HRM-ers zijn meestal al druk genoeg met
operationele en administratieve werkzaamheden."
Dat klinkt alsof er
heel wat moet veranderen in de P&O-praktijk.
"Dat zou een onrealistische en ook oneerlijke verwachting zijn.
Je kunt niet decennia lang P&O stafafdelingen bevolken met
vooral administratieve en operationele talenten en dan
vervolgens van die mensen verlangen dat ze strategische en
bedrijfsontwikkelingszaken er ook nog even bij gaan doen. En dat
dan ook nog inhoudelijk met elkaar in balans. Dat kunnen en
willen de meeste P&O-ers helemaal niet. Ze zouden dan trouwens
eerst nog intern moeten knokken tegen de 'operationele'
reputatie die ze zo zorgvuldig en effectief voor zichzelf hebben
opgebouwd. Daarom ben ik vóór de ontwikkeling van zogenaamde
'shared service centers' waar de competenties van de meeste
huidige P&O-ers prima passen en waar hun grote waarde nog beter
tot zijn recht kan komen.
Aan praktische kennis over de ontwikkeling van personeel
én organisatie, en over modern management daarvan, is
intussen groot gebrek. Omdat problemen nooit kunnen worden
opgelost op het zelfde niveau als waarop ze ontstonden zal
dit HRM-probleem niet door de bestaande P&O discipline opgelost
worden. De oplossing moet vanuit de business, vanuit de
missie en vanuit de leiding van de organisatie komen."
Wat zijn de
competenties van een P&O-er nieuwe stijl?
"Een combinatie van leiderschap, generalistische kennis, ook
over de 'business', resultaatgerichtheid, een passie voor mensen
en een dikke huid. Wat organisaties nog te vaak vrágen zijn
conformistische doeners; pure uitvoerders. Wat ze echt nodig
hebben zijn non-conformistische leiders; constructief
meedenkende doeners. Bij een toenemend aantal organisaties
is echte verandering noodzakelijk. Daarvoor is lef nodig, eerst
bij de top van organisaties om bewust de goede mensen aan de
slag te zetten. En vervolgens bij die goede mensen om de juiste
resultaten in de dagelijkse praktijk neer te zetten."
U noemt Leiderschap.
Is daar een gebrek aan?
"Als het succes van leiderschap afhing van het erover lezen en
praten was Nederland de meest succesvolle natie ter wereld. In
werkelijkheid blijkt Nederland te vaak onbewust onbekwaam. Ofwel,
in termen van mijn vak: veel bezieling, weinig gedrag. Wat
Nederlandse organisaties nodig hebben is leiderschap in visie én
actie: dat zet zoden aan de dijk. Helaas zijn er soms zware
financiële verliezen nodig en echte veranderingen in de top
voordat organisaties aan hun noodzakelijke transitie kunnen
beginnen."
Moet
het roer eigenlijk wel om voor organisaties?
"Darwin zei het al 'Het is niet de sterkste van de soort die
overleeft, noch de meest intelligente, maar degene die het meest
ontvankelijk is voor verandering.' En onze wereld is veranderd
en verandert verder in een steeds hoger tempo. Zelfs
organisaties die alleen maar willen overleven kunnen niet langer
naar hun navel blijven staren, maar zullen zich op resultaten en
dus naar buiten en op 'output' moeten richten. De nieuwe
definitie van organisatiesucces is: goed voor je medewerkers
en goed voor je klanten zorgen. Want alleen dan bereik je de
allerbeste resultaten. Dat is de bewezen realiteit van
vandaag.
Sommige organisaties moeten zelfs feitelijk opnieuw neergezet
worden. Bijvoorbeeld gemeentelijke organisaties die met een
moderne politieke 'burgergerichte' agenda geconfronteerd worden.
Zij worstelen enorm met hun transitie naar de resultaat- en
burgergerichte organisatie die daarvoor nodig is."
Hoe komt het dat
organisaties zo worstelen met veranderen?
"Dat is meestal menselijk verklaarbaar en zelfs logisch. Een
organisatie die bijvoorbeeld succesvol is geworden met heel
specifieke diensten of producten, consolideerde terecht
jarenlang de interne cultuur, systemen en structuren die het
bedrijf tot bloei en wellicht zelfs tot marktleiderschap
brachten. En dan komt de dag dat voor afnemers die producten of
die diensten alléén niet meer voldoende zijn. Die willen andere
dingen daar omheen. En dan blijkt ook nog dat voor de
medewerkers een goed salaris niet meer voldoende is; die willen
zichzelf in hun werk terugvinden, groeien, leren en menselijke
waarden ervaren. Een heel andere focus is dan nodig. Die
vraagt van de leiding dat ze letterlijk alles wat de organisatie
haar succes heeft gebracht, op de helling zet. Dat zet hun
hele denk- en ervaringswereld op zijn kop. De moeilijkste kant
van aanpassen is menselijkerwijs het loslaten, het ontleren.
Je moet immers iets loslaten dat je zoveel goeds heeft gebracht.
Natuurlijk kun je, als je naar de rand van de afgrond op weg
bent, beter leren vliegen wanneer je nog grond onder de voeten
hebt. Maar dat moet je eerst kunnen en durven inzien, en daar
dan vervolgens naar willen handelen.
Dit
heeft veel te maken met wat ik 'farmer management' noem.
Managers die in succesvolle tijden, wanneer de rivier als
vanzelf stroomt zal ik maar zeggen, zijn binnengehaald op hun
vermogen om de stromen te kanaliseren. Alles, inclusief
personeel en klanten, zijn middelen om dat goed te doen.
Als dan de stromen stokken heb je niet zoveel meer aan al dat
gekanaliseer. Je moet dan ineens nieuwe bronnen, nieuwe stromen
gaan zoeken. Graven en aanboren. En dingen doen die soms
tegengesteld zijn aan wat je steeds gedaan hebt en waarin je dus
juist niet zo goed bent; dammen bouwen bijvoorbeeld, en coachen.
Het zijn dan soms net wandelaars die in drijfzand raken en
alleen maar met 'doorlopen' of zelfs 'nog harder doorlopen'
kunnen reageren. Je ziet dan een toename van 'command & control'
richting personeel; die moeten ook 'doorlopen', alsof daardoor
de stromen weer spontaan op gang zullen komen. De zaak zinkt
ondertussen als een baksteen terwijl een competentiestrijd
tussen die 'farmer managers' onderling woedt. Ze gaan letterlijk
vechtend ten onder. Heel heldhaftig, maar met dramatische
gevolgen.
Hoe doorbreken
organisaties zo'n neerwaartse spiraal?
"Dat is eigenlijk heel simpel, en dat meen ik echt. Organisaties
die het juist opvallend goed doen hebben een paar belangrijke
overeenkomsten. Allereerst: de juiste mensen voor het
leiderschap. Ik bedoel geen 'farmers', maar juist de 'hunters'.
Wat Collins 'Level 5 Leadership' noemt.
Mensen die alle keiharde feiten boven tafel halen en daarmee aan
de slag gaan. Niet dromerig maar pragmatisch. Deze leiders
weten dat ze antwoorden moeten zoeken, niet geven. Ze kunnen
de juiste cultuur neerzetten, met componenten als
resultaatgerichte discipline. En de dingen simpel maken.
Bijvoorbeeld het verschil tussen klantgericht en klantgezwicht,
en wie wèl een klant is en wie niet, zowel intern als extern.
Leiders dus, die echt durven kiezen en beslissingen nemen,
gebaseerd op feiten. Die transitie moet noodzakelijk beginnen
bij de top. Of een organisatie nu een start-up, een
bureaucratie, of een hiërarchische club is: alleen vanuit die
status quo, en dus vanuit de leiding van de bestaande
organisatie kan de transitie naar een niet-hiërarchische,
niet-bureaucratische, niet pappacratische, maar juist een
grootse resultaat- en klantgerichte organisatie beginnen."
Wat zijn dan de
belangrijkste elementen van klant- en resultaatgerichtheid?
"Dat zijn vooral echte HRM-elementen: een langtermijn oriëntatie;
een cultuur die drijft op waarden als enthousiasme, commitment
en respect; eerlijke compensatie, om er een paar te noemen. Maar
ook een veel doelgerichter inzet van training en ontwikkeling.
Een aanpak die bovenop de performance behoeften zit en die op
competenties is gericht. Verder zijn empowerment, coaching en
hoge standaards voor kwaliteit erg belangrijk. Alles wat ik
noemde draagt bij aan een veel hogere medewerkers tevredenheid.
En zonder dat lukt het niet om de hoge standaards en kwaliteit
te bereiken, en vast te houden, die echt goede klantrelaties
mogelijk maken. En dit is geen keuze-menu: je moet zorgen voor
een balans en doelgerichte aanpak op al deze terreinen, op maat
naar de specifieke organisatie. Dit komt overigens niet uit mijn
glazen bolletje; het is vele malen in de praktijk bewezen en ook
nog wetenschappelijk onderbouwd. Maister presenteerde het
bijvoorbeeld als een bewezen recept voor verdubbeling van de
financiële prestatie van dienstverlenende organisaties.
En voor de publieke sector kun je dat vertalen in: je doelen
beter bereiken tegen lagere kosten.
Alles wat we vandaag hebben besproken gaat over mensen. De
benadering van de Human Capital Architect maakt HRM tot hét
geheime wapen van de toekomst."
|