|
|
|
Zie ook: Interview -------------------------------- ZEN van Architectuur: De meester zat zijn lego te stapelen. “Wat doet u?” vroeg de leerling.“Ik laat een opslagruimte zien” zei de meester. “Met lego?” vroeg de leerling?“Als ik klaar ben is het geen lego meer” zei de meester. |
|
De Architect(uur):
De architect; élke (echte) architect, houdt zich bezig met
het vormgeven van
ruimte. Hij houdt zich dus niet bezig met
het vormgeven, laat staan bouwen, van gebouwen, steden of
organisaties, ook al lijkt dat soms wel zo.
Ruimte ontstaat
door het 'stellen' van grenzen zoals een voetbalveld wordt
bepaald door de witte lijnen daaromheen én daarop. Voor de
architect zijn gebouwen, informatie-systemen en
organisaties de
middelen om tot architectuur te komen, die altijd drie
aspekten omvat:
Deze 'definitie' van architectuur is al rond 25 GT door
Vitruvius gegeven en staat sindsdien.
De kenbaarheid van architectuur ligt in de aanwezigheid én
identificeerbaarheid van deze drie aspekten. Waar dat ontbreekt
is geen architectuur. Zo simpel is het.
Jansen voegt als vierde kenmerk toe dat de
bovengenoemde drie kenmerken in balans en (dus) in goede
verhouding tot elkaar staan. Door de herkenbaarheid uit
de heel specifieke balans in, en verhouding tussen, die eerste
drie kenmerken wordt ook de architect in de architectuur
'zichtbaar'.
Op-een-rijtje: architectuur betekent geschikt en aangepast aan
menselijke activiteiten en daarop gericht; als geheel duurzaam
en stabiel; in gebruik, ervaring en beleving positief; een goede
balans tussen die geschiktheid voor mensen, stabiliteit en
positieve ervaring dóór mensen. Architectuur 'onthult' tevens de
architect.
(Zie ook de Flash-presentatie)
N.B. Voor onze moderne organisaties duidt architectuur ook op
leiderschap. |