|
|
|
________________
Twaalf jaar nadat ik deze column schreef over mijn zoon blijkt de inhoud ervan overdrachtelijk nog steeds als een handschoen te passen op hetgeen ik medewerkers van organisaties mee geef in ontwikkelingstrajecten... |
|
Zelfbeeld:Mijn zoon heeft het moeilijk. Wat wil je ook: 16 jaar en dus 'in de overgang'. En wie wil er nou oud worden?! Hij niet. Dan maar kinds. Ja. het afscheid van het speelse wassen valt hem zwaar want volwassen is veel te serieus. Verantwoordelijkheden, bah! Zoals iedereen heeft hij zijn eigen methode om de ernst en
het echte leven te ontkennen. En als de werkelijkheid niet
bevalt verander je die toch gewoon. En zo komt hij er dan voor
zichzelf doorgaans helemaal (onder)uit: hij is het ei, en de kip
was er het eerst. Maar wij, de kip, zijn ruimschoots uitgebroed.
Dat hij al lang een volgroeiend haantje is komt meneer maar af
en toe zo uit. Als hij met een vriend alleen op vakantie wil
bijvoorbeeld. Maar verder koestert hij overdreven de scherven
van zijn eierschaal. Dat hij daar nooit meer inpast, ja het
zelfs zélf kapot pikte, dat is hem te opgegroeid. Terwijl hij
boos rokend ongehoorzaam rondhaant is hij inmiddels van zijn
eigen onnut overtuigd. Hij klampt zich bezeten vast aan de
illusie nog steeds een eitje te kunnen zijn. Of hooguit een
kuikentje, als dat zo uitkomt. Zoals met school bijvoorbeeld. Al
die zware moeite voor een ander. Voor hun plezier moet dat arme
kind ineens Pythagoras begrijpen. In de pauzes scheldt hij
enthousiast met de andere Marlboro-kuikens mee: er wordt
werkelijk veel te veel van hen verwacht. |